Terug naar het overzicht

Minder tarwe, meer eiwitteelt: 10.000 windmolens winst

Europa heeft het klimaatakkoord van Parijs geratificeerd. Met het ondertekenen van dit akkoord verbindt de Europese Unie zich aan de doelstelling om de wereldwijde stijging van de temperatuur te beperken tot 1,5 of maximaal 2 graden Celsius. Wanneer het gaat over klimaatverandering, dan blijkt de agrarische sector de op één na grootste uitstoter van broeikasgassen te zijn. Zelfs voormalig president Obama refereert er aan. Ik verwacht niet dat wanneer landbouwers gewoon hun gang zij zullen bijdragen aan de doelstellingen van Parijs. De politiek is nodig en moet duidelijke doelstellingen formuleren. Dit heb ik ook recent onder de aandacht gebracht via een statement namens het European Initiative for Sustainable Development in Agriculture (EISA), in de Civil Dialogue Group die gaat over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB).

Door: Martijn Buijsse

Een onderdeel van het GLB is om bij te dragen aan het klimaat, ofwel de vergroening. Het effect van dit beleid is echter niet toereikend voor het klimaat zo wijst een eerste voorlopige studie van de Europese Commissie uit. Minder tarwe verbouwen kan een grote impact hebben.

De klimaatafdruk van (teveel) tarwe productie in Europa

Tarwe is de meest gangbare teelt voor akkerbouwers in Nederland, maar ook voor andere regio’s in Europa. We exporteren tarwe voor de wereldmarkt, prijzen zijn door de band genomen laag, soms zelfs onder de kostprijs. Telers gebruiken het gewas om de bodem rust te gunnen in een verder intensief bouwplan met aardappelen, uien of bieten. Echter, omdat de prijzen laag zijn wordt er relatief veel bemest om uiteindelijk het financieel resultaat toereikend te laten zijn.

Met de Cool Farm Tool kan de klimaatafdruk van landbouwgewassen op bedrijfsniveau berekend worden. Een kleine groep akkerbouwers heeft het initiatief genomen om de klimaatvoetafdruk van hun bedrijf te berekenen (incl. bewaring, excl. transport naar verwerking). De uitkomst van deze berekeningen is dat de carbon footprint van tarwe geproduceerd onder Nederlandse omstandigheden op een kleibodem bij 11ton per hectare ongeveer ligt op het niveau van 350 CO2-eq per ton tarwe of ca. 3700 CO2-eq per hectare. Van de totale footprint is 56% afkomstig door de productie van meststoffen die in de teelt gebruikt worden. En zelfs 76% wanneer de emissies in de bodem door deze meststoffen worden meegenomen.

Voor een intensieve teelt als vroege consumptieaardappel ligt dat anders. Per ton aardappelen is de klimaatafdruk 102 CO2-eq, ofwel 4580/hectare. 32% is afkomstig van de productie van meststoffen en 56% wanneer de werking in de bodem wordt meegenomen. Voor suikerbieten geldt min of meer dezelfde verhouding, alleen hebben suikerbieten relatief weinig stikstofbemesting nodig vanwege plantkundige eigenschappen (geen eiwit). Tarwe heeft dus als “rustgewas” een behoorlijk grote klimaatafdruk per hectare ten opzichte van de intensieve gewassen en dat is verrassend te noemen.

Dit brengt de discussie op gang wat de toegevoegde waarde van tarwe is. Een opsomming:

  • Het huidige beleid van de overheid zorgt, in combinatie met de marktwerking, voor goedkoop en veilig geproduceerd brood en andere graan producten. Dit geeft rust onder de bevolking.
  • Echter, akkerbouwers verdienen weinig aan de teelt van granen. Hieruit kan afgeleid worden dat de economisch toegevoegde waarde van ketens voor tarwe relatief klein is. Met andere woorden; wie verdient er nou veel aan tarwe?
  • Het aandeel CO2-eq door bemesting is relatief hoog voor tarwe ten opzichte van andere gewassen. Met andere woorden: voor de laatste kilo’s tarwe wordt er veel bemest met relatief goedkope stikstof bemesting.

Een overvloed aan tarwe voor veel en goedkoop voedsel, lijkt niet optimaal te zijn voor de klimaatafdruk van Europa. Maar belangrijk is dat het ook voor akkerbouwers niet gunstig is. Sterker nog er lijkt een bereidheid om te werken aan alternatieven.

Een eerste alternatief is dat boeren, door minder granen, meer aardappelen en bieten gaan telen. Echter, dit past niet in de gedachte van een duurzaam bouwplan met een vruchtwisseling van ten minste 4 gewassen en ten minste 50% rustgewassen. Daar komt bij dat akkerbouwers nu ook al de neiging hebben om zoveel mogelijk “cash crops” te telen, nog meer van deze teelten leidt tot grote risico’s voor ziekten, plagen en uitputting van de bodem. Al met al; dit scenario zal vanuit de akkerbouwers niet zomaar omarmd worden.

Een ander alternatief is dat boeren andere “rust gewassen” in het bouwplan opnemen. Vanuit een Europees perspectief zijn vooral eiwitten die nu als soja geïmporteerd worden dan interessant. Voor de gangbare akkerbouwer zijn soja of andere eiwitteelten nog te onbekend of zijn nog onvoldoende economisch renderend. Kenmerk voor soja, maar ook voor andere eiwitgewassen, is de relatief lage carbon footprint. Voor Nederlandse soja ligt die volgens een Wageningse studie ongeveer op het niveau van 1300CO2-eq/hectare, dat is dus 3x lager dan bij tarwe! Hierna volgt een grove inschatting voor het klimaateffect van meer eiwitteelten in Europa als vervanging van granen.

Op dit moment wordt er in Europa 148miljoen ton tarwe geteeld, waarvan 27 miljoen ton voor de wereldhandel. Een vervanging van bijvoorbeeld de helft van de tarwe (13,5mln ton) die bestemd is voor de wereldmarkt zou gaan over ca. 1,5mln hectare land. Bij vervanging van dat areaal door soja wordt de klimaatafdruk van Europa verkleint met naar schatting 32.400miljoen CO2-equivalenten, wat ongeveer gelijk staat aan 10.000 windmolens van 3Megawatt. Zij vervangen een vergelijkbare hoeveelheid energie die anders opgewekt zou zijn in een standaard energie centrale (1 windmolen van 3MW bespaart jaarlijks ongeveer 3mln CO2-equivalenten, bronnen via NWEA en RVO).

Natuurlijk is deze inschatting niet wetenschappelijk getoetst en indicatief en geeft het een discussie over verschuivingen van de wereldhandel en het effect daarvan op het klimaat. Maar met deze berekening wordt wel aangegeven hoe Europa haar eigen voetafdruk kan verkleinen. En bijkomende voordelen zijn dat een verschuiving naar meer eiwitteelten Europa minder afhankelijk maakt van (instabiele) andere delen van de wereld en dat de economische waarde van de productiviteit op het continent in zijn geheel niet minder wordt. Dat laatste is iets wat Eurocommissaris Phil Hogan in zijn speech voor Birdlife Europe vorige week heeft benadrukt.

Conclusie: Stimuleren van alternatieven voor tarwe in toekomstig GLB

Het GLB gaat over ontzettend veel zaken die de landbouwsector aangaat. Het klimaat is hier op dit moment een klein onderdeel van. Als het belangrijk is dat de landbouw echt een bijdrage levert aan het klimaatakkoord, dan kunnen we dat door middel van een stimuleringsprikkel in het GLB waarmaken.

Deze blog kwam mede tot stand door de medewerking van Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder

Geef een reactie