Terug naar het overzicht

Het landbouwbedrijf van de toekomst bestaat niet

Hoe ziet mijn bedrijf er over 15 jaar uit? Het is een vraag die veel boeren en tuinders moeilijk kunnen beantwoorden. De maatschappij roept om meer duurzaamheid, maar de meeste boeren hebben geen geld om daarin te investeren. Veel ondernemers zijn bezig met overleven. De belangrijkste vraag wat betreft de toekomst is: bestaat mijn bedrijf over 15 jaar eigenlijk nog wel?

Door: Bart Bremmer

De landbouw van Joël Salatin

Een paar weken geleden was Joël Salatin in Nederland. Hij komt met een helder toekomstperspectief voor ondernemers: je bedrijf heeft toekomst wanneer je kiest voor natuurinclusieve landbouw. Hij moedigt ondernemers aan om te experimenteren met nieuwe productiesystemen, gebaseerd op oeroude principes. De producten worden via korte ketens lokaal vermarkt, met hoge toegevoegde waarde. De uitkomst: boer, consument, dier, plant, mest, bodem; alles en iedereen wordt er beter van.

Een prachtig plaatje, en ondernemers die kiezen voor zo’n bedrijf hebben zeker toekomst: nicheproductie vormt nog steeds een groeimarkt. Maar dit is lang niet voor alle boeren weggelegd. En belangrijker: op deze manier gaan wij niet heel Nederland voeden. Een grote groep consumenten kan of wil niet betalen voor dit soort producten.

De landbouw van Aalt Dijkhuizen

Er bestaat een heel ander toekomstbeeld van de landbouw: dat van een grootschalig, intensief productiesysteem. Met Aalt Dijkhuizen als tegenhanger van Joël Salatin. Nicheproductie en korte ketens: dat is allemaal leuk, maar niet meer dan gerommel in de marge. De wereldbevolking groeit; er is behoefte aan veel en goedkoop voedsel. Met nieuwe technologie kunnen we niet alleen de productie efficiënter maken, maar tegelijkertijd ook aan duurzaamheid werken: minder emissies, voorkomen van verspilling en sluiten van kringlopen.

Ook dit toekomstscenario biedt perspectief aan een (klein) aantal bedrijven in Nederland. Maar ook deze bedrijven gaan Nederland en West-Europa niet van voedsel voorzien. Daar is namelijk steeds meer vraag naar onderscheid op het gebied van productkwaliteit, smaak, duurzaamheid en voedingswaarde, terwijl de grootschalige bedrijven anonieme bulk produceren. Een derde manier van voedsel produceren en vermarkten geeft wél invulling aan deze vragen vanuit de markt.

Goed eten uit kwaliteitsketens

In kwaliteitsketens maken boeren en hun afnemers afspraken over productiewijze, kwaliteit en prijs. Ze werken voor langere tijd samen en zijn samen verantwoordelijk voor het product. Je ziet dat zowel supermarkten als producenten van merkproducten steeds meer kiezen voor dit soort afspraken. Hiermee krijgen zij meer grip op de kwaliteit van hun product, en daarmee op de mogelijkheid om te voldoen aan de eisen van de consument, en om zich te onderscheiden van de concurrentie.

De boeren hebben er belang bij te produceren in kwaliteitsketens, omdat ze dan meer gewaardeerd worden voor het vakmanschap dat zij leveren: ook financieel!

Hoewel Joël Salatin en Aalt Dijkhuizen allebei een deel van de toekomst juist voorspellen, is de grootste winst voor de Nederlandse landbouw te halen in kwaliteitsketens. En dat wordt vaak nog niet gezien. Daar zit perspectief voor het gezinsbedrijf (dus minder stoppers!), en toekomst voor betaalbare Nederlandse producten van Nederlandse bodem.

Toekomst voor de landbouw vraagt om keuzes

Het landbouwbedrijf van de toekomst bestaat niet. De toekomst van de Nederlandse landbouw is divers. Ondernemers moeten zich bewust worden van de ontwikkelingen in de markt en hun omgeving, en op basis daarvan een eigen keuze maken voor een toekomstrichting van hun bedrijf.

Hier ligt een taak voor LTO’s, overheden, ketenpartijen en banken. Als wij erin slagen om bewustwording bij boeren op gang te brengen, en een klimaat weten te scheppen waarin een diversiteit aan ontwikkelingsrichtingen mogelijk is, dan is het noch Aalt Dijkhuizen, noch Joël Salatin die de toekomst van de boeren goed voorspelt. Dan zijn het de boeren zelf die hun toekomst bepalen.

Geef een reactie