Terug naar het overzicht

Hogere marges voor boeren en de rol van overheden

Veel boeren in Nederland redden het op termijn niet wanneer zij geen hogere prijs voor hun product krijgen. De oplossing hiervoor wordt – door sector en overheid – nogal eens gezocht in regelgeving die leidt tot een ‘eerlijker’ verdeling van de marges in de keten. Daarachter zit de veronderstelling dat een patstelling is ontstaan: dat het voor de boer niet mogelijk is hogere marges uit de markt te halen. Maar die mogelijkheden zijn er wel degelijk! De prijs die een primair producent ontvangt is afhankelijk van de schaarste van zijn product. En die schaarste is te beïnvloeden. Op welke manier dat kan is sterk afhankelijk van het type keten waarin de boer opereert.

Door: Bart Bremmer en Martijn Buijsse

 

 Een beter inkomen voor boeren

De discussie over het inkomen van boeren is niet nieuw, maar de discussie wordt wel op steeds meer plaatsen gevoerd. Meer en meer beleidsmakers buigen zich over de kwestie en vragen zich af wat voor rol de overheid (regionaal, nationaal en Europees) hierin kan spelen. Boeren op de been houden is namelijk niet alleen van belang voor de boeren, maar ook voor de beschikbaarheid van veilig en duurzaam geproduceerd voedsel, leefbaarheid van het platteland en regionale economie.

 

Overheidsingrijpen voor een eerlijke verdeling?

Het antwoord op de verdelingskwestie wordt vaak gezocht in een eerlijker verdeling van de marges in de keten. De overheid zou partijen daarbij moeten stimuleren – mogelijk dwingen – om te komen tot een herverdeling van de winst in de voedselketen. Maar daarmee worden boerenbedrijven natuurlijk niet weerbaarder: je creëert alleen nog maar meer afhankelijkheid. En het is sterk de vraag of een dergelijk (vergaand) marktingrijpen wenselijk is.

De overheid kan ook een andere rol spelen. Een rol waarbij zij niet zozeer weerstand biedt aan de markt, maar waarbij ze de boeren helpt om een betere positie in te nemen in die markt, en zelf de schaarste te beïnvloeden. Wat de mogelijkheden zijn om dat te doen is sterk afhankelijk van het type keten waar je het over hebt.

 

1. Hogere marges bij productie voor de wereldmarkt

Een bedrijf dat produceert voor een open keten heeft nauwelijks invloed op de prijs. Die prijs wordt immers bepaald door het spel van vraag en aanbod op de wereldmarkt. De prijs die de producent en zijn afnemer overeenkomen kan echter afwijken van die wereldmarktprijs. Die is namelijk sterk afhankelijk van ‘lokale schaarste’.

Een Europese Taskforce onder leiding van Cees Veerman adviseert aan de EU dat producentenorganisaties meer mogelijkheden moeten krijgen om samen te werken zonder dat er sprake is van kartelvorming voor de mededingingswet.

Versoepeling van mededingingswetten is vooral een zaak van de Europese overheid. Andere overheden kunnen wel helpen door inzicht te geven in de precieze mogelijkheden en onmogelijkheden van de huidige wetgeving: ook die biedt namelijk mogelijkheden tot samenwerking.

Wanneer de adviezen van Veerman overgenomen worden door de Europese Commissie biedt dit kansen voor een betere marktpositie van boeren die produceren voor de wereldmarkt om een betere prijs uit de markt te halen. Door gezamenlijke inkoop en verkoop krijgen boeren veel meer mogelijkheden om de lokale schaarste te beïnvloeden. Ook kunnen zij hun marge verhogen door gezamenlijk ketentaken te integreren. Denk aan koelen, transporteren, mestverwerken, etc.

 

2. Hogere marges in kwaliteitsketens

Voor kwaliteitsketens gelden bovenop de wettelijke eisen, extra kwaliteitseisen voor een product. Het product onderscheidt zich daardoor van het standaardproduct en kent dus zijn eigen schaarste. In zo’n kwaliteitsketen zijn de primaire producent en de andere ketenschakels afhankelijk van elkaar (en niet inwisselbaar zoals op de wereldmarkt). Daardoor zijn de verhoudingen anders, en kan er ook een heel andere prijs tot stand komen.

De extra marge die de boer krijgt, wordt niet weggehaald bij de rest van de keten; de totale taart is groter. De consument is bereid extra te betalen, omdat het gaat om producten met extra toegevoegde waarde. Die toegevoegde waarde is (deels) geproduceerd door de boer, en die wordt daar ook voor beloond.

In kwaliteitsketens liggen veel kansen voor het behoud van een toekomstbestendige landbouw, inclusief het familiebedrijf. Daarvoor is het wel nodig dat kwaliteitsketens gaan groeien. Overheden kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Niet door regels te stellen, maar door de realisatie en groei van kwaliteitsketens te stimuleren.

 

3. Een beter inkomen voor nicheproducenten

Bij nicheproductie gaat het niet om het produceren van een grondstof, maar van een eindproduct waarmee wordt ingespeeld op emotie of identiteit bij de kopers van het product. Wanneer de kwaliteit en het onderscheidend vermogen van dat product hoog genoeg zijn, kan de boer zijn eigen prijs bepalen. Wanneer producenten een hogere marge willen, biedt nicheproductie juist mogelijkheden.

Dat klinkt heel eenvoudig, maar de overgang van een regulier bedrijf naar nicheproductie vraagt van de ondernemer een enorme stap: hij moet helemaal opnieuw beginnen te puzzelen.

En ook onder nicheproducenten vallen de inkomsten soms tegen. De marges zijn goed, maar het volume blijft vaak achter. Voor verbetering van logistiek, marketing en verkoop is vaak geen tijd. De oplossing ligt meestal in samenwerking met andere nicheproducenten, en met lokale/regionale bedrijven buiten de agrarische sector. In het opzetten van die samenwerking kunnen overheden een bescheiden, maar essentiële rol spelen.

Geef een reactie