Terug naar het overzicht

Investeren in extensivering

Na jaren van het plukken van de economische vruchten van intensivering, komen er nu jaren waarin het loont om te investeren in extensivering.

Door: Martijn Buijsse

Intensivering: de eindigheid van een Nederlands succes

De voorbije decennia is het voor ondernemers aantrekkelijk gemaakt om te investeren in grotere bedrijven, meer dieren, meer areaal of het verhogen van de efficiency. Gevolg was dat bedrijven hoge productiecijfers behaalden tegen lage kosten. Tegelijkertijd zien we steeds meer dat we tegen de grenzen aanlopen, denk bijvoorbeeld aan de fosfaat problematiek en de teruggang van het producerend vermogen van de bodem. We lopen ook tegen sociale grenzen aan. Een voorbeeld daarvan is het toepassen van het voorzorgsprincipe door de politiek. Dit heeft voor ondernemers als gevolg dat er onbegrijpelijke en vaak niet rationele wet- en regelgeving is voor het gebruik van gewasbeschermingsproducten. Én die leidt tot minder keuzevrijheid, die in sommige gevallen zelfs leidt tot (nog) onduurzamere landbouw praktijken dan wanneer een bepaald middel of product wel zijn toelating had behouden. Tenslotte is het zo dat veel landbouwers bijna consequent producten onder kostprijs produceren. Al met al: voor veel landbouwers is deze weg eindig. En in het belang van de vitaliteit van het platteland en de vele gepassioneerde ondernemers moet er iets fundamenteels aan het systeem veranderd worden.

Extensiveren is investeren in samenwerking

Voor ondernemers van morgen zal het de komende jaren steeds aantrekkelijker worden om te investeren in extensivering. Maar wat betekent dat dan? Het betekent dat intensieve – relatief weinig grondgebonden – ondernemers investeren in de samenwerking met collega – meer grondgebonden – ondernemers. En vise versa, dat deze extensievere ondernemers investeren in relaties met intensievere ondernemers. Investeren in samenwerking betekent niet dat er gewerkt wordt met éénjarige mestafzet contracten of verhuur van land, maar écht meer dan dat. Bijvoorbeeld een samenwerking aangaan voor 5 jaar waardoor over en weer tijd is om plannen te maken, elkaar en elkaars bedrijf beter te leren kennen en daardoor een resultaat te boeken op verschillende thema’s. Door zo’n aanpak creëer je ook kansen echt iets te verdienen aan de investering. De noodzaak ligt er wat mij betreft voor beide type ondernemers: de intensievere landbouwers om hun kostprijs op lange termijn te verlagen. Voor de extensieve landbouwer om meer waarde uit zijn Unique Selling Point “duurzaam en grondgebonden” te halen en om uiteindelijk daarmee zijn of haar familiebedrijf overdraagbaar te houden aan de volgende generatie.

Samenwerking tussen akkerbouwers en melkveehouders roept ook emoties op. Zo voelen veel akkerbouwers zich het mestafvoerputje van de veehouderij, er wordt wat afgeklaagd over de kwaliteit en belevering van de mest. Ook beschuldigen extensieve ondernemers uit het noorden de intensieve veehouders uit het zuiden van roofbouw, en is het uitwisselbaar maken van bouwplannen een lastig te nemen horde. Samenwerking is dus niet vanzelfsprekend, maar biedt onder de voorwaarde van een langere termijn toepassing kansen voor ondernemers en dus ook kansen voor een vitaal platteland in Nederland in 2030.

Samenwerking Akkerbouw Melkveehouderij Flevoland

Er is dus onderzoek en bewustwording nodig over succesvolle vormen van samenwerking door ondernemers. En dat is nu precies wat we beogen te realiseren in het project “Grondgebonden duurzame landbouw 2.0 – Samenwerking Akkerbouw en Melkveehouderij Flevoland”. In dit project onderzoeken we met 6 samenwerkingsverbanden van akkerbouwers en melkveehouders – ondersteund door een grote groep partners – de duurzaamheid van grondgebonden landbouw door een betere samenwerking. Via de deze link is een persbericht van Aeres Hogeschool Dronten te vinden over de start van dit project. Volgt u ons?

Geef een reactie