Terug naar het overzicht

Wat boeren kunnen leren van de Oostvaardersplassen

Het tekort aan voedsel voor de grote grazers in de Oostvaardersplassen was een punt van felle discussie, aan het eind van de winter van 2018. Onder grote druk gaat de provincie Flevoland uiteindelijk overstag, en gaat Staatsbosbeheer de dieren bijvoeren. In het beheerbeleid was tot op dat moment te weinig rekening gehouden met de burger. Feitelijk was alles in orde, maar er was geen goed verhaal. De agrarische sector kan hier een belangrijke les leren.

Door: Bart Bremmer

De soap rond de Oostvaardersplassen

De spanningen rondom de grote grazers in de Oostvaardersplassen liepen vorige week hoog op. Staatsbosbeheer – die in opdracht van de provincie Flevoland het natuurgebied beheert – voert een vroeg-reactief beleid. Daarbij worden zwakkere dieren afgeschoten om de populatie in evenwicht te houden. In de ogen van burgers was dat aan het eind van de winter echter niet voldoende om dierenleed te voorkomen. Zij zagen de runderen, herten en paarden sterven van honger, zonder dat de dieren de mogelijkheid hadden om naar elders te trekken.

Dit alles leidde tot heftige discussies, illegaal bijvoeren van de dieren, en boswachters die bedreigd werden. Ook boeren mengden zich onder de actievoerders en stelden hooi ter beschikking.

Uiteindelijk zwichtte de provincie Flevoland voor de druk en krijgt Staatsbosbeheer de opdracht om toch te gaan bijvoeren. Geen ideale oplossing, omdat dit op de lange termijn het probleem juist verergert. Maar de grootste spanning is hiermee weggenomen.

Wat de burger wil

Tot het moment waarop Flevoland tot dit besluit kwam, lijkt het erop dat er weinig rekening is gehouden met het perspectief van de burger. Staatsbosbeheer geeft in diverse reacties aan dat zij zich hebben laten informeren door diverse deskundigen. Niet alleen op het gebied van beheer, ecologie en biologie, maar ook op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn. Daarmee zegt Staatsbosbeheer keer op keer impliciet: wat wij doen is in het belang van het gebied én van de dieren, dus burger: wij doen precies wat jullie willen.

De burger was het hier duidelijk niet mee eens, en dat verschil van mening is vrij makkelijk te verklaren. Bij de burger leven diepgewortelde waarden en overtuigingen, waaraan geappelleerd wordt als er iets aan de hand lijkt te zijn, als burgers gevoed worden met nieuwe gebeurtenissen, beelden en verhalen. In dit geval de massale hongerdood van grote grazers in de Oostvaardersplassen. Dit raakt bij de burger direct aan waarden als dierenwelzijn en ‘goed doen’.

Wanneer Staatsbosbeheer vervolgens met een inhoudelijke argumentatie komt, gebaseerd op de kennis van deskundigen heeft dat geen effect; daarmee wordt namelijk niet aangesloten bij diezelfde waarden. De informatie die Staatsbosbeheer verstrekt is tegenstrijdig met wat de burger ziet, voelt en begrijpt.

‘Emotie versus ratio’

Burgers worden in dit soort discussies vaak terzijde geschoven, omdat zij niet zouden snappen wat goed is, en vanuit emotie reageren. Maar bij veel burgers ligt het genuanceerder dan dat. Zo accepteren veel van de actievoerders het afschieten van dieren in de huidige situatie; het probleem zit voor hen in het feit dat er ná het afschieten van dieren nog zoveel dieren lijden door honger. Burgers redeneren niet puur op basis van emotie; hun perspectief bestaat uit een breed pallet van waarden, overtuigingen, normen en feiten.

Op dezelfde manier heeft een partij als Staatsbosbeheer of de provincie Flevoland een eigen referentiekader. In het referentiekader van die laatste 2 speelt expertkennis een belangrijke rol, maar ook zij redeneren tevens vanuit waarden, overtuigingen en normen.

Ik beweer hier zeker niet dat wetenschap ook maar een mening is, zoals in dit soort debatten nog wel eens naar voren komt. Wetenschappers zijn juist heel goed in staat om te bepalen hoe iets in elkaar zit: wanneer een dier meer of minder lijdt, of wat er met een populatie gebeurt wanneer je gaat bijvoeren.

Maar op basis van die feitelijke kennis alleen kan geen beslissing worden gemaakt. Wanneer er besloten moet worden wat voor beleid er moet komen op het gebied van het afschieten van dieren, kan dat niet enkel op basis van feiten. Om tot een beslissing te komen is het nodig om bijvoorbeeld waarde toe te kennen aan het leven van de dieren, en moet er betekenis worden gegeven aan het lijden van de dieren.

Feitelijk goed regelen én het verhaal vertellen

De provincie Flevoland en Staatsbosbeheer hebben er goed aan gedaan om zich te laten informeren door deskundigen, maar zij hebben vervolgens nagelaten om rekening te houden met het perspectief van de burger. De oplossing die ‘klopt’ op basis van deskundigheid moet ook als verhaal kloppen: je moet het aan de burger kunnen verkopen. In dit geval was het enige verhaal dat er was de argumentatie van de deskundigen, en daar komen de waarden van de burger te weinig in terug.

De les voor de agrarische sector

Voor de agrarische sector is er veel te leren van de ontwikkelingen in de Oostvaardersplassen. Ook de landbouw doet het standpunt van de burger vaak af als onwetendheid en emotie, om het vervolgens niet serieus te nemen. De boeren voelen zich daarbij gesteund door feitelijke, wetenschappelijke kennis.

Buitenuitloop voor pluimvee; kalf bij de koe; kalver-, lammeren- en biggensterfte; en glyfosaat zijn allemaal issues waar de landbouw een sterke feitelijke argumentatie gebruikt, gebaseerd op wetenschap, die aansluit bij de huidige praktijk. Maar voor de burger heeft deze argumentatie weinig betekenis. Als je het goed wilt doen als sector moet je niet alleen zorgen dat je het (feitelijk) goed regelt, maar ook dat je daar een verhaal bij vertelt dat kan landen bij de burger.

Als dat verhaal er niet is heb je een zwakke positie; dan gaan anderen vertellen hoe het zit. Dan kun je met de rug tegen de muur komen te staan en moet je keuzes maken die verre van ideaal zijn, zoals de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer in het geval van de Oostvaardersplassen.

Foto: GerardM / Wikimedia Commons

 

Geef een reactie